Ted Vaalburg teelt, wast en verpakt knolselderij voor de verse markt. Hij doet dat volgens een geheel eigen aanpak, waarbij hij experimenten niet schuwt. Net zo bijzonder is zijn manier om zijn product dichter bij de consument te brengen. Zijn visioen: ‘Wat Heinz is voor ketchup, wordt Vaalburg voor knolselderij’.
Bloemkool, wat mot je d’r mee? Eerst poten, dan giete, dan dekke, dan kappe, dan doppe, dan veile. Verders niks.’ aldus de wereldberoemde Westlandse popgroep ‘De Kromme Jongens’. Met knolselderij past een soortgelijke tekst. ‘Want wat mot je ermee?’ In de soep misschien?
“De Nederlandse consument weet amper wat hij met knolselderij kan, en al helemaal niet hoe die smaakt.” Het is dat Ted Vaalburg van nature goedlachs is, maar vrolijk wordt hij er niet van. Want met knolselderij kun je alle kanten uit: op een broodje gezond, in salades, in roerbakgerechten, in vleesjus. “Kortom, Teds knolselderij kan overal bij.” In de betere horeca beginnen ze dat stilaan te ontdekken, maar die vraag is nog beperkt. Vandaar dat het overgrote deel van de 100 hectare knolselderij die hij jaarlijks teelt naar Duitsland en verder oostwaarts gaat, en incidenteel naar de VS en Japan.
Dat je met knolselderij alle kanten uitkunt, kun je vanuit je trekker roepen, maar dat hoort niemand. Effectiever is potentiële klanten op te zoeken, waaronder op de wereldwijde handelsbeurs Fruit Logistica in Berlijn. Vaalburg stond er in de stand van Greenery-dochter J.H. Wagenaar die de afzet van zijn knolselderij verzorgt, om eenieder alles te vertellen over knolselderij in het algemeen en die van ‘Bauer Ted’ in het bijzonder. Die samenwerking met Wagenaar is er vanaf het begin, waardoor het handelsbedrijf zich tot specialist in knolselderij heeft ‘opgewerkt’. “Voor knolseldeij een must.”
Een belangrijke ingang om knolselderij ‘op de kaart te krijgen’ is retail. Aan ambitie ontbreekt het niet. Lachend: “Wat Heinz is voor ketchup, wordt Vaalburg voor knolselderij. Dat betekent wel dat je een klasseproduct moet hebben, én een gefundeerd verhaal. Wat het eerste betreft: knolselderij die nu in de winkel ligt, is vaak om te huilen: uitgedroogd, onappetijtelijk. Door onze teeltaanpak produceren we een product: mooi van buiten en prima van binnen: met een stevige structuur, én aromatisch.”
Gezonde knollen zijn niet alleen gunstig voor de klant: “Ze zijn ook langer bewaarbaar, zodat ik de afzet kan bepalen, en minder gedwongen te moeten verkopen vanwege afnemende kwaliteit.”
Zijn aanpak rust op drie pijlers: minimale grondbewerking, compost toedienen, en niet rijden waar geteeld wordt. Wat dat oplevert, maakt hij even later aanschouwelijk: gravend wijst hij op de kruimelstructuur van zijn grond, en op de wormen die zich onmiddellijk laten zien. Vaalburg volgt de teeltwijze voor het derde teeltjaar, als onderdeel van de oplossing tegen Phoma en Sclerotinia in knolselderij en bacterierot (zwartbenigheid) in zijn pootaardappelen. Sclerotinia is aan te pakken met bacteriepreparaat Contans, Phoma slaat vooral toe op beschadigde knollen: door slecht rooiwerk, hoge valhoogtes, zwakke dunne celwanden en verstikking door aanhangende vette grond. De kans op dat laatste is groter naarmate de grond zwaarder is. Het merendeel van Vaalburgs grond bevat 35 tot 65 procent afslibbare delen. Niet berijden is dé oplossing om de bodemstructuur te sparen. Maar dan wel consequent. Twee trekkers en alle werktuigen staan op 3,12 meter spoorbreedte, inclusief de knolselderijrooier en kistenwagens die naast de rooier meerijden. “In vergelijking met rooien in een bunker kost verzamelen in kisten veel meer tijd, maar wel met minder beschadigingskans.” De hoofdgrondbewerking bestaat uit niets doen als het kan, en spitten of ploegen als het moet: als ‘niet berijden’ niet helemaal is gelukt, of na hevige regen. Het planten gaat met een volautomatische zelfrijder (Groenten & Fruit week 17 plus een film op de site). Met GPS blijft duidelijk waar de rijpaden (komen te) liggen.
Vaalburgs compost is een apart verhaal: hij maakt dat volgens eigen recept, met plantaardig materiaal plus vaste mest. Het eindproduct ruikt alsof je in een bos wandelt. Punt is dat de productie nog ontoereikend is, maar ook dat de huidige wetgeving een productieopschaling lastig maakt.
Het uitrijden gaat met een verspreider op 3,12 meter spoorbreedte. De stikstofbemesting gaat (indien nodig) met urean, voor de kali en fosfaatbehoefte volstaat de compostaanvoer. “De kosten voor de compost wegen op tegen de uitgespaarde kunstmest.”
Alles beschouwend is biologisch telen een klein stapje verder. Vaalburg is daar voorzichtig mee. De aanduiding ‘bio’ op de verpakking kan juist een argument zijn juist ‘niét’ te kopen, omdat verondersteld wordt dat dat duurder is. “Ik zie meer in een tussenweg: ‘natuurlijk telen’: goed voor de grond, en goed voor het product.”
Door Joost Stallen, joost.stallen@reedbusiness.nl
Bekijk de fotoreportage op www.gfactueel.nl/FotoFilm.htm
Ted en Nicoline Vaalburg hebben een akkerbouwbedrijf in Zuidschermer, midden in de circa 5.000 hectare grote droogmakerij De Schermer. Hun hoofdteelten zijn knolselderij (ras Prinz) en pootaardappelen. De 100 hectare knolselderij wordt geplant van maart tot juni. De oogst komt vanaf augustus op gang. Voor de vorst moet alles binnen zijn. De productie wordt op het bedrijf gewassen en verpakt, alles is voor de verse markt. Circa 20 hectare wordt af land geleverd, een deel gaat in bewaarcellen met buitenluchtkoeling voor levering tot en met februari, de rest wordt mechanisch gekoeld.
Kaart (zie pdf-pagina)
‘Knolselderij, de Vitamineralenbom!, staat te lezen bij de ingang van het bedrijf. Vader en een oom teelden al in de jaren zestig knolselderij. In 1983 ging het pootgoed door overvloedige najaarsregen verloren, stond het personeel werkloos toe te kijken, en was de wel rooibare knolselderij sterk vervuild door aanhangende klei. Alle ingrediënten waren aanwezig om te starten met het wassen van knolselderij. Vijfentwintig jaar later richt zoon Vaalburg zich op wat hij aanduidt als een kleine revolutie: Een teeltaanpak die is gericht op het behoud van de natuurlijke bodemkwaliteit en op zijn inspanningen om de consument de mogelijkheden van natuurlijk geteelde verse knolselderij te laten ontdekken.
Auteur(s): Joost Stallen
Bron: EXT-GFA Groenten en Fruit Actueel , jaargang 64 , nummer 20 , datum 18-5-2010
Ads door Gooooooogle